Liftvalbeveiliging

Als de liftkabel breekt valt de liftkooi niet naar beneden. Om te voorkomen dat de liftkooi door de schacht naar beneden valt heeft Otis al in 1852 de vanginstallatie uitgevonden. Deze installatie zorgt ervoor dat de liftkooi niet naar beneden stort bij breuk van de hijskabels of het niet werken van de rem.

 

Er zijn meerdere soorten vanginstallaties waaronder blokkeervangen, kabelremmen en liftvalbeveiligingen. De snelheid van de lift bepaalt welke vanginstallatie toegepast moet worden.

Kabelrem

De kabelrem wordt gebruikt met ofwel de bestaande neerwaartswerkende vanginrichting of een nieuwe VG-vanginrichting. De kabelrem wordt bestuurd vanaf een bi-directionele snelheidsbegrenzer.

 

De kabelrem wordt geplaatst in de machinekamer van de lift, ontworpen om ”failsafe” te functioneren.

 

Werkt in op de kabels en niet op de geleiderails.

Valinrichting

De compacte valinrichting is eenvoudig aan de liftcabine te monteren en beschermt de lift tegen een te snelle neerwaartse en/of opwaartse beweging, zonder deze te beschadigen.

 

Het systeem is getest en gecertificeerd. Het Nederlands Liftinstituut adviseert in alle liften een valinrichting te plaatsen.